Andreia Duarte is dramaturg en artistiek onderzoeker bij Outra Margem, onze samenwerkingspartner voor Adem van het Woud. Al 25 jaar werkt Duarte nauw samen met inheemse volkeren. Als kunstenaar, curator en onderzoeker houdt ze zich bezig met de relatie tussen kunst, inheemse kennis en de koloniale geschiedenis van Brazilië. In dit interview vertelt ze uitgebreid over Adem van het Woud, de samenwerking met de Kamayurá en de ideeën en thema’s die aan de basis liggen van de voorstelling.
Hoe ben je voor het eerst in contact gekomen met het NBE, Duda Paiva Company en het project Adem van het Woud?
Eigenlijk kende ik kunstenaar Duda Paiva al. Hij is Braziliaans, maar woont al ongeveer dertig jaar in Amsterdam. In 2014 volgde ik bij hem een cursus poppenspel in Charleville-Mézières en ik was erg enthousiast over het werk dat hij daar ontwikkelde.
Daarna keerde ik terug naar Brazilië. We bleven elkaar kennen en elkaars werk als kunstenaars volgen, maar ieder ging zijn eigen weg.
Vorig jaar vertelde Duda mij dat hij ervan droomde om samen met inheemse volkeren in Brazilië een project te creëren, in samenwerking met het Nederlands Blazers Ensemble en de Duda Paiva Company. Hij ging op zoek naar professionals die bij dit project betrokken zouden kunnen worden. Tijdens verschillende gesprekken hadden meerdere mensen hem aangeraden om met mij te praten. Het bijzondere was dat hij op dat moment nog niet de link had gelegd tussen die aanbevelingen en de persoon die hij elf jaar eerder al had leren kennen.
Toen hij contact met me opnam, zei ik: ‘Duda, ik ben het. Herinner je je mij nog?’ En hij antwoordde: ‘Natuurlijk herinner ik me je!’ Vanaf dat moment zijn we verder gaan praten en hebben we verschillende gesprekken gevoerd om onze ideeën op elkaar af te stemmen en te onderzoeken hoe een voorstelling eruit zou kunnen zien die de dialoog aangaat met inheemse volkeren en hun kennis.
Ik vond het idee prachtig. Ik kende Duda’s werk al en heb veel respect voor hem als kunstenaar, danser en poppenspeler. Ik zag daarom veel potentie in het project, juist vanwege de mogelijkheid om een gelijkwaardige dialoog aan te gaan met inheemse volkeren, hun rechten en hun manieren van denken. Daarnaast bood het mij de mogelijkheid om als maker en dramaturg bij te dragen vanuit alles wat ik begrijp, ervaar en al jarenlang onderzoek rondom de relatie tussen kunst en inheemse volkeren.
Tijdens dit proces maakte ik via de Duda Paiva Company ook kennis met Brandt, artistiek leider van het Nederlands Blazers Ensemble, en met het project dat later Adem van het Woud zou worden.
Kun je meer vertellen over de rol van Outra Margem binnen de productie?
Outra Margem is een platform voor reflectie en artistieke creatie dat nauw verbonden is met mijn werk en onderzoek als kunstenaar, curator en regisseur. Gedurende mijn carrière heb ik praktijken ontwikkeld waarmee ik probeer te begrijpen hoe niet-koloniale vormen van kennis, zoals de kennis van inheemse volkeren, ons andere perspectieven kunnen bieden. Naast de culturele, kosmologische en historische eigenheid van ieder volk kunnen deze vormen van kennis wrijving en spanning veroorzaken en andere manieren van bestaan zichtbaar maken dan de dominante manier van leven binnen de westerse kapitalistische wereld.
Dit onderzoek vindt plaats binnen verschillende artistieke, educatieve en reflectieve domeinen: theater, curatorschap, literatuur, festivals, academisch onderzoek en tentoonstellingen. Het zijn esthetische en politieke handelingen waarmee we, zowel in theorie als in de praktijk, onderzoeken hoe we op een minder destructieve manier in de wereld kunnen leven: meer verbonden met sociale rechtvaardigheid, met het bestrijden van de koloniale erfenis en met de mogelijkheid om het leven voor iedereen voort te laten bestaan.
Inheemse volkeren leren ons al lange tijd andere manieren om ons tot het leven te verhouden: vanuit een meer collectieve manier van leven, diep verbonden met het land, met als uitgangspunt dat wij niet de eigenaren van het land zijn, maar dat wij bij het land horen. Dit is een visie die zowel betrekking heeft op de gezondheid van de mens als op het gezond houden van onze planeet.
Vanuit deze ideeën werkt Outra Margem. We proberen deze kennis in dialoog te brengen met de samenleving, altijd samen met inheemse volkeren, maar ook met kunstenaars en intellectuelen die vanuit verschillende perspectieven uit het Mondiale Zuiden denken en creëren. Voor mij is ‘samen doen’ essentieel. Het confronteert ons met verschillen – verschillen in waarden, werkwijzen en manieren waarop we de wereld begrijpen – en nodigt ons uit om ons daarvoor open te stellen en andere manieren van leven te leren kennen.
Binnen Adem van het Woud vervult Outra Margem een soort inhoudelijke en praktische adviesrol. We proberen ervoor te zorgen dat de dialoog met het denken van inheemse volkeren en hun daadwerkelijke deelname centraal staan. In dit geval gaat het specifiek om de aanwezigheid en betrokkenheid van de Kamayurá binnen het project.
Het is ook de rol van Outra Margem om de belangrijkste vormen van kennis die de Kamayurá inbrengen te erkennen en te waarderen, en om deze vanuit een ethisch en politiek perspectief verder te onderzoeken. Daarbij houden we rekening met de koloniale geschiedenis van Brazilië en met de geschiedenis van strijd, verzet en overleving van inheemse volkeren tegenover kolonialisme en kapitalisme.
In die zin zie ik Outra Margem als een bemiddelaar. Een bemiddeling die probeert de theatrale handeling vanuit deze ideeën te transformeren en ervoor zorgt dat het werk niet beperkt blijft tot alleen de aanwezigheid van inheemse kunstenaars op het podium. Het is essentieel dat hun kennis niet wordt toegeëigend, maar dat er daadwerkelijk een dialoog met hen ontstaat – een dialoog die vraagt om ethiek, respect, openheid en gelijkwaardigheid.
Die bemiddeling vindt ook plaats binnen het creatieve proces zelf: hoe werken we samen met inheemse volkeren binnen disciplines als theater, dans, muziek en podiumkunst? Hoe kunnen we met elkaar in dialoog gaan? Welke ruimte kunnen we samen creëren? Hoe kunnen we samen zijn en samen creëren, met ruimte voor stem, lichaam en woord?
Het werk van Outra Margem bevindt zich daarom zowel op het gebied van reflectie over inheemse volkeren – niet alleen vanuit cultureel perspectief, maar ook vanuit een ethisch, politiek en epistemologisch perspectief – als op het gebied van dramaturgische creatie en de betekenis die de voorstelling krijgt.
Voor mij is dramaturgie precies dat: de betekenis die een voorstelling voor het publiek creëert. Wanneer ik samen met Duda Paiva als dramaturg werk, denk ik er daarom over na hoe fundamentele thema’s – over leven, kennis, onze omgang met verschillen, historische processen, territorium en ecologie – aanwezig kunnen blijven wanneer ze worden vertaald naar een theatrale, dramaturgische, speelse en artistieke vorm.
Het doel is om deze elementen stevig te verankeren in het werk zelf. Zo ontstaat een artistiek krachtige boodschap die tegelijkertijd de brede en ecologische kennis van inheemse volkeren en de betekenis daarvan voor het welzijn van de wereld erkent.
Wat is volgens jou het belangrijkste aspect van de productie?
Een van de belangrijkste aspecten van deze productie is voor mij de aanwezigheid van inheemse mensen in een theater, samen met een symfonisch blazersensemble en een dansgezelschap in Amsterdam. Het gaat erom inheemse mensen en kunstenaars – in dit geval Kamayurá-muzikanten – de ruimte te geven om deze ervaring mee te maken en deze plek in te nemen. Om hun cultuur, gedachtegoed, muziek en liederen te delen, maar ook om andere mensen te ontmoeten en anderen de mogelijkheid te geven hen te ontmoeten. Het creëert een plek waar zij onderwerpen naar voren kunnen brengen die van groot belang zijn voor het leven van hun gemeenschap.
Maar er is nog iets heel belangrijks: de beweging terug naar de gemeenschap die we met elkaar maken. Wanneer Outra Margem de verbinding legt tussen de Duda Paiva Company, het Nederlands Blazers Ensemble en de Kamayurá, gaat het niet alleen om het uitnodigen van de Kamayurá om aan de voorstelling deel te nemen. We hebben hen uitgenodigd om samen met ons binnen het artistieke veld te werken en tegelijkertijd voorgesteld om ook daadwerkelijk iets bij te dragen aan de gemeenschap zelf.
We erkennen hen dus niet alleen; het project vergoedt ook hun auteurs- en portretrechten. Daarnaast proberen we bij te dragen aan iets waar zij zelf naar streven: het versterken van de traditionele kennis binnen hun cultuur. In dit geval gebeurt dat door binnen de gemeenschap liederen en het bespelen van instrumenten, met name fluiten, door te geven. Ook worden materialen geproduceerd, zoals boeken, waarin hun verhalen, voorouderlijke herinneringen en aspecten van de kosmologie van de Kamayurá kunnen worden vastgelegd.
Ik denk dat we daarnaast een bijzondere kans hebben omdat we allemaal heel verschillende mensen en organisaties zijn. We hebben een symfonisch blazersensemble; een dans- en poppenspelgezelschap onder leiding van kunstenaar Duda Paiva, die sterk betrokken is bij hedendaagse ecologische vraagstukken; een platform onder leiding van de Braziliaanse kunstenaar, curator en onderzoeker Andreia Duarte, die al 25 jaar rechtstreeks samenwerkt met inheemse volkeren en zich bezighoudt met het bestrijden van de koloniale erfenis; en een inheemse gemeenschap, de Kamayurá, die in het midden van Brazilië, in het Braziliaanse Amazonegebied, leeft en een eigen manier van leven, een eigen taal en een eigen kijk op de wereld heeft.
We brengen dus verschillende manieren van denken over muziek, kunst en artistieke productie met elkaar in contact. Tegelijkertijd worden die verschillen beïnvloed door de machtsverhoudingen binnen de kunstwereld en door de verschillende vormen van culturele productie in het Mondiale Noorden en het Mondiale Zuiden. Voor ons als Brazilianen, en als onderdeel van wat het Mondiale Zuiden wordt genoemd, hangt dit rechtstreeks samen met vraagstukken rondom kolonialiteit.
Ook Brazilië is door Nederland gekoloniseerd. Die koloniale geschiedenis heeft diepgaande gevolgen gehad: door het geweld dat zij heeft voortgebracht, maar ook door de manier waarop zij heeft bepaald wat we tegenwoordig als de westerse wereld beschouwen en wat daarbuiten valt, welke waarde we aan dingen toekennen en hoe we ons verhouden tot het lichaam, de natuur en nog veel meer.
Daarom vind ik het heel belangrijk dat alle organisaties, gezelschappen en mensen die bij dit proces betrokken zijn, openstaan voor een ervaring waarin we daadwerkelijk de dialoog aangaan met de kennis van een inheems volk – in dit geval de Kamayurá. Die openheid moet ook binnen het creatieve proces en de productie aanwezig zijn. Van uitvoerende productie en communicatie tot artistieke creatie. Dit proces vraagt namelijk dat we bereid zijn om te luisteren en soms onze eigen manieren van werken los te laten om ruimte te maken voor mensen die door de geschiedenis heen te maken hebben gehad met onzichtbaarheid en onrecht. Het is een proces van erkenning én van handelen.
En bovenal is het belangrijk dat dit proces iets teruggeeft aan de gemeenschap. Het gaat niet simpelweg om het ‘helpen’ van de Kamayurá, maar om het versterken van datgene wat zij zelf essentieel vinden voor het voortbestaan van hun gemeenschap, zoals hun muziek, instrumenten, verhalen en herinneringen.
Voor mij is deze mogelijkheid om een relatie van uitwisseling te creëren – waarin we de kennis van een inheemse gemeenschap erkennen en tegelijkertijd bijdragen aan het versterken van die kennis binnen de gemeenschap zelf – een van de belangrijkste aspecten van deze productie.
Wat is volgens jou de essentie van het verhaal?
Voor mij is de essentie van het verhaal dat we naar de wereld kijken vanuit het perspectief dat wij allemaal natuur zijn en dat de natuur zelf ook een eigen perspectief heeft. Dieren, de jaguar, het woud en de bergen maken deel uit van de wereld en zijn essentieel voor het evenwicht van al het leven, inclusief dat van de mens.
Het is essentieel om te begrijpen dat wanneer we de natuur vernietigen, we ook onszelf vernietigen. Maar de geschiedenis van de mensheid laat een andere ontwikkeling zien: een waarin de mens zichzelf in het centrum van de wereld heeft geplaatst. We moeten daarom erkennen dat onze keuzes gevolgen hebben. Klimaatverandering, overstromingen, veranderingen in de seizoenen, extreme hitte en vele andere verschijnselen houden verband met de manier waarop we onze planeet hebben geëxploiteerd.
Voor mij is het ook essentieel om te begrijpen dat inheemse volkeren diep verbonden zijn met de natuur. Zij bewonen deze gebieden al duizenden jaren en blijven bestaan, zich verzetten en hun manieren van leven opnieuw vormgeven. Dat betekent niet dat zij buiten de hedendaagse wereld staan. Inheemse volkeren maken ook gebruik van internet, mobiele telefoons en allerlei hedendaagse technologieën. Ze leven in het heden en blijven tegelijkertijd als gemeenschap diep verbonden met het land.
Dit perspectief laat ons een meer gelijkwaardige relatie met de natuur zien en helpt ons andere manieren te begrijpen waarop we het leven kunnen organiseren. Tegelijkertijd biedt het een kritische blik op het kapitalistische systeem van uitbuiting van de planeet en van mensen, dat sociale en menselijke ongelijkheid voortbrengt.
Het is een manier van denken die de kennis van deze volkeren over het collectief, territorialiteit, het belang van het leven in het woud en verschillende perspectieven op de wereld erkent en waardeert. De mens neemt daarin een plaats in naast dieren, bergen, het woud, de planeet Aarde en de tijd van onze voorouders.
Voor mij is dat de belangrijkste boodschap die we aan het publiek, en in het bijzonder aan het Nederlandse publiek, willen meegeven. Dat is wat we met de dramaturgie proberen te creëren: een ervaring die ons bewust maakt van onze onderlinge afhankelijkheid en ons laat nadenken over hoe we kunnen leven op een manier die de diversiteit en het voortbestaan van het leven beschermt.
Welke reactie hoop je van het publiek te zien na het ervaren van deze productie?
Ik hoop dat de voorstelling de blik van het publiek verbreedt en verder gaat dan alleen een culturele kennismaking met één specifiek volk. Ik hoop dat er een breder perspectief ontstaat op een solidaire ecologie in de wereld en op onze sociale en economische verantwoordelijkheid tegenover andere volkeren, tegenover landen die lijden onder de erfenis van koloniale uitbuiting – een erfenis die tot op de dag van vandaag doorwerkt – maar ook tegenover de planeet Aarde.
Ik hoop dat het publiek inziet dat er verschillende manieren van leven bestaan en dat dit voor ons een grote kans is om buiten onze vertrouwde kaders te denken. Meer dan alleen kennismaken met of bewondering hebben voor de cultuur van de Kamayurá – die inderdaad bijzonder rijk is – hoop ik dat mensen na de voorstelling de behoefte voelen om deze verschillen te erkennen en na te denken over hoe we manieren van leven kunnen creëren die minder gewelddadig zijn tegenover anderen.
Er is zoveel geweld en honger in de wereld. Er zijn oorlogen, iedere dag vindt ontbossing plaats en we worden geconfronteerd met klimaatverandering. Wat kunnen wij, met dit alles voor ogen, doen?
Als de voorstelling de ogen van mensen opent en hen tot het besef brengt dat wij allemaal natuur zijn, en daarbij alle vragen samenbrengt die ik hier aan de orde stel, dan geloof ik dat de voorstelling op poëtische wijze een belangrijk deel van haar rol heeft vervuld.